Archive for the ‘Futtta-land’ category
“Gone to earth”: i-dosing anno 1986
I-dosing mag dan misschien de nieuwste hype, dreiging of hoax zijn, maar een intense muzikale roes heb ik als tiener toch ook dikwijls opgezocht. Het moet in maart of april 1986 begonnen zijn, toen ik op de radio voor het eerst “Taking the veil” hoorde. Ik kende David Sylvian nog niet, maar de donkere, poëtische sfeer van het nummer bleef wel hangen in mijn jonge licht-melancholische geest. Dat lag niet zozeer aan de tekst, maar wel aan de muziek; de fretless bass van Ian Maidman als hook, de open maar toch zeer strakke en droge percussie van Steve Jansen, de tweestemmige vocals en de gelaagde gitaren van Sylvian, Phil Palmer en de repetitief-knarsende Robert Fripp. Op de onnodig uitgesponnen 12inch klonk dat zo:
Een paar dagen later, ‘s avonds laat, hoorde ik hetzelfde nummer opnieuw op Radio21 en ik drukte snel tegelijkertijd op de “Record” en “Play”-knoppen van mijn Sharp radio-cassetterecorder. De presentatrice kondigde met warme stem af en ik had bijna op “Stop” gedrukt, toen ik hoorde dat er een ander nummer van Sylvian volgde. Het was een instrumentaal stuk, “Upon this Earth” geloof ik. En dus nam ik verder op en “Gone to Earth” passeerde volledig de revue, instrumentaal na vocaal, afgewisseld met de prachtige stem van de presentatrice, die duidelijk fan was.
Op het einde van de uitzending had ik de Radio21-editie van “Gone to Earth” quasi volledig op een cassette van 90 minuten staan. Ik kocht dat 2de solo-album van David Sylvian korte tijd daarna op vinyl en later ook op CD, maar op zoek naar hoger sferen en naar de verwondering van die eerste beluistering, heb ik die tape -dikwijls voor het slapengaan- grijs gedraaid. i-dosing avant-la-lettre dus, m’n vader maakte zich blijkbaar niet voor niets zorgen. De grote liefde voor al wat Sylvian maakt, is ondertussen een beetje weggeêbt, maar “Gone to Earth” blijft een indrukwekkende verzameling indringende songs en atmosferische instrumentale miniatuurtjes.
Soit, ik denk dat ik straks toch nog maar eens een dosis neem, for old time’s sake én omdat het nu echt cool is, natuurlijk.
Het schrijven verleerd
Ik heb nooit goed kunnen schrijven. Enigszins leesbaar schrijven met pen en papier bedoel ik, dat is altijd een probleem geweest. “Zo’n hanenpoten, gij moet dokter worden” zeiden leraren in een goede bui, of anders “Onleesbaar Goossens, begin maar opnieuw!” oen ik een jaar of 10 was, vond m’n vader dat hij moest ingrijpen. Ik moest tijdens de grote vakantie dagelijks een tekst uit het jaarboek van de Getuigen van Jehovah overpennen op een A4′tje, het bijbelvers van de dag en behorende uitleg. Goed voor m’n geschrift en m’n geloof moet hij gedacht hebben, maar het heeft voor geen van de twee mogen baten. Rond m’n 16de verzaakten we aan De Waarheid en na m’n studietijd viel ik ook pen en papier langzaam maar zeker af, ten voordele van scherm en klavier waarmee ik toch zo hyper-efficiënt gedachten kan invoeren, bewaren en delen. Papier en vooral pennen, da’s m’n vader zijn hobby (hij verzamelt, repareert en ontwerpt zelf), dat heb ik allemaal toch niet meer nodig?
Tot ik, na vele jaren van bijna geheel-onthouding van pen en papier, enkele dagen geleden een vakantiekaartje naar m’n ouders schreef en daarbij de finesse en het geduld ontbeerde om ook maar iets leesbaar te schrijven.
Sorry Mama, sorry Papa. Als jullie het niet ontcijferd krijgen, dit staat er dus;
Veel te goed weer, veel te lekker eten, veel te snel terug naar huis. Perfect dus, niet?
En daaronder dan onze namen, natuurlijk. Elise, bijna 4, had haar naam zelf geschreven en die was beter leesbaar dan wat haar papa had gekrabbeld.
Over hoe ik aan den lijve ondervond dat ge altijd een fietshelm moet dragen
“Op de fiets door Brussel, is dat niet gevaarlijk?” vroeg men mij soms. “Nee” zei ik dan altijd een beetje stoer, “goed afgestelde remmen, een beetje geconcentreerd rijden en dan valt dat goed mee”.
Tot gisterenavond een voetganger met typisch Brusselse doodsverachting de straat zonder boe of ba overstak, een auto de remmen voor haar moest dichtgooien en ik hetzelfde deed om niet achterop die monovolume te knallen. Remmen dicht, de lucht in, door de achterruit van die vervloekte Opel het Schaarbeekse ziekenhuis binnengevlogen.
Op de spoed moesten ze 3 sneeën op m’n linkerarm dichtnaaien en hebben ze paar mooie zwart/wit foto’s genomen om daar -na lang wachten- op te zien dat er niets gebroken of gebarsten was in pols of nek, waarop ik goed bevonden werd om me terug in het verkeer te begeven, voorlopig wel zonder vouwfiets.
“Het valt mee, het had veel erger kunnen zijn” en “Ge hebt geluk gehad dat ge een helm ophad Mijnheer” zeiden Mario en Pieter (de vriendelijke ambulanciers), verpleegsters en dokters heel de avond lang. Absoluut! Ik en mijn Giro Flak fietshelm, wij zijn vanaf nu helemaal onafscheidelijk. Hopen dat Veerle dat geen belemmering vindt, zo in bed …
ORI vouwfiets geplooid en gewogen
Eergisteren plat gereden met m’n Vero in Brussel, de nochtans bijzonder stevige maar vooral nieuwe buitenband bleek grondig naar de knoppen. Ik heb m’n fietsje dus binnengebracht bij Mobibikes en daar kreeg ik als vriendelijke maar ongetwijfeld ook commercieel verantwoorde geste ter vervanging een Ori MI8 in de handen gestopt. Als Christophe hoopt op een vermelding op m’n blog, heeft hij geluk, want dit lijkt wel heel sterk op een blogpost over Ori vouwfietsen, niet?
De Ori (ook verkocht als Mezzo) is even Brits als oer-vouwer Brompton en werd ontworpen door ex-Benetton F1 ingenieur Jon Whyte (die eerder ook al “full rear suspension” MTB’s voor Marin tekende). De MI8 lijkt overigens op een modernere versie van z’n befaamde stalen landgenoot (kijk maar op deze foto), met een scharnierloos monocoque aluminium frame met zelfsluitende koppelingen aan achter- en voorwiel, Shimano Nexus 8-speed “potversnellingen” en een heel strak design dat mooi assorteert met m’n zwarte fietsmuts.
Enkele korte ritjes maken geen uitgebreide test, maar ik kan wel zeggen dat de overstap van m’n Vero (Dahon) naar de Ori MI8 niet zonder slag of stoot ging. Ge had me moeten horen vloeken toen ik dat klereding op de trein niet proper opgeplooid kreeg. En de goeie raad van de conducteur, heel de weg tussen Lokeren en Dendermonde, hielp ook voor geen meter. Het kan nochtans best snel, kijk maar:
En inderdaad, ik ben over de middag nog even gaan oefenen en dat ging al heel wat vlotter. Voor de rest is de afstand tussen het zadel het stuur de stuurpen betrekkelijk klein, maar al bij al is de Ori MI8 een knappe, lichte en snelle vouwfiets. Een ideaal opstapje naar een Birdy, misschien?
Ik ben een Radiohoofd
Ik zit godganse dagen op het internet en als er tussen computer en smartphone dan toch nog wat tijd voor media overblijft, pikken we selectief wat televisie-in-uitgesteld-relais mee. Dat was vroeger wel anders; ik verslond boeken, tijdschriften en kranten, kocht veel CD’s, ging regelmatig naar de cinema, schuimde festivals af … Maar daar blijft weinig van over en ik mis dat allemaal wel, maar prioriteiten zijn prioriteiten en het is wat het is nietwaar?
Eén liefde is echter gebleven; radio! Ik en mijn radio, we go a long way back; als kind luisterden we met m’n ouders naar “Die tijd van toen” of “Te bed of niet te bed”. Toen ik 11 was, hoorde ik met een transistor-radiootje (dat ooit van mijn moeder was) Lutgart Simoens van onder m’n hoofdkussen. Als 14-jarige speurde ik in spanning de FM-band af tussen 100 en 104 Mhz, op zoek naar illegale vrije radio’s. Toen ik 17 was hoopte ik zelf plaatjes te kunnen draaien bij een héél lokale radio, maar dat is er nooit van gekomen. En later, als twintiger, kocht ik een wereldontvanger om naar Spaanse of Marokkaanse staatsradio te kunnen luisteren, of naar een verdwaalde Amerikaanse conservatieve talk-radio en als dertiger schuimde ik het internet af op zoek naar online radio, kicken op dat middengolf-gevoel van 16kbit/s streaming in Realplayer.
Nu, als veertiger, download ik podcasts, luister ik in uitgesteld relais naar Gilles Petersons WorldWide op StuBru, stem ik in WinAmp af op KCRW music, ga -afhankelijk van m’n stemming- slapen met “Jazz” op Klara of “Select” op StuBru. En soms, als ik ‘s nachts niet kan slapen, dan gaat de lamp van de nachtradio nog eens branden en dan val ik in slaap met muziek van Neil Young, Tom Robinson (“Listen to the radio” vanzelfsprekend) of onlangs nog met deze vergeten parel van 10000 Maniacs;
Nee, hand-gekozen kwaliteitsmuziek van samenstellers en presentatoren met een passie voor de plaatjes die ze draaien, daar kunnen last.fm, Pandora of Spotify wat mij betreft echt niet mee concurreren. Ik ben immers een Radiohoofd.
Het einde van m’n grote gelijk
Een gewetensbezwaarde en een beroepsmilitair stapten samen op de trein in Brussel-Noord. Ik was die gewetensbezwaarde en het werd een fantastisch gesprek vol wederzijdse interesse en nuance.
Ik zou wat meer gesprekken moeten aanknopen, op de trein, maar zo zijn we niet. Afgesloten achter de laptop, zoals ik, nu. Of een krant of een boek of gewoon slapen.
We zouden meer gesprekken moeten aanknopen en dan ook echt luisteren, zeker als er iemand tegenover ons zit die er een andere mening op nahoudt. Want als je dan naar elkaar kunt luisteren in plaats van je discussiërend terug te trekken achter de linie van het eigen grote gelijk, dan wordt het pas écht interessant!
Ik zal er aan proberen denken, als ik het vervolg op m’n controversiële ‘flash irrelevant’ blogpost schrijf.
2010
Mijn goeie voornemens voor 2010; meer van m’n dochterkes verwondering, nieuwsgierigheid en liefde leren!

En voor U en de rest van de wereld van hetzelfde!
Een Gelukkig Nieuw Jaar!
frank, veerle & elise

