Ge zou het misschien niet geloven, maar ik luister niet alleen naar Gilles Peterson. Akkoord, de man draait mooie plaatjes en toen ik in de aflevering van afgelopen zondag Ali Farka Touré hoorde, was ik weer totaal overtuigd van het genie van Mr. Brownswood. Maar ik mag niet zo overdrijven, mensen hebben dat niet graag, zo van die blinde idolatrie.
Dus nee, deze blogpost gaat echt niet over Gilles Peterson. Als ik niet in een eindeloze loop naar GP’s Worldwide luister, stem ik dikwijls af op KCRW, een radiostation uit California, USA. En wat ik daar hoorde heeft me blij gemaakt;
Het zal wel iets met het grondwater of met Stonehenge te maken hebben, maar Bibio’s vernieuwingsdrang is niet nieuw. Eind jaren ‘60 begin jaren ‘70 bijvoorbeeld, deden Terry Cox, Bert Jansch, Jacqui McShee, John Renbourn en Danny Thompson samen prachtige dingen met jazz, folk en blues. En nu ik zo geheel toevalligerwijze aan Pentangle (want zo heette hun groep) heb, ben ik ervan overtuigd; Bibio is ook een fan en onderstaande “Light Flight” heeft hem diep geraakt;
Ik ben een Hollander. Daar, nu weet ge het allemaal; Getuige van Jehova, gewetensbezwaarde en nu ook nog Hollander! Het is allemaal de fout van de vrouwen in m’n stamboom. Zowel m’n moeder als grootmoeder langs vaders kant kwamen van over de grens, uit gehuchtjes in Zeeuws-Vlaanderen. Zeeuws-Vlaanderen, alsof dat iets zou goedmaken. Niet dus, zeker niet voor de klasgenootjes in de Gemeentelijke Lagere School Blaasveld (Willebroek). Want ook al was m’n vader Belg en hadden zowel m’n moeder als m’n grootmoeder de nationaliteit verworven door met zo’n domme Belg te trouwen, dan nog vonden die speelplaats-treiteraars dat ik een Hollander was. Ik had het vuile plaatselijke dialect immers niet onder de knie en sprak iets wat toen nog ABN heette en dat hen ongetwijfeld als “Algemeen Bekakt Nederlands” in de oren klonk. Dus ik was een vuile Hollander.
Dat alles om maar te zeggen dat ik recht van spreken heb, als het over Hollandse taalgevoeligheden gaat. Want ik heb me gisteren ongelofelijk zitten ergeren. M’n vrouw heeft me verplicht om “De eenzaamheid van de priemgetallen” van Paolo Giordano te lezen. Aangezien Paolo een Italiaan is, heeft hij die titel niet zelf in het het Nederlands gezet. Nee, Mieke Geuzebroek en Pietha De Voogd hebben dat voor hem vertaald, daarin aangemoedigd door het (Nederlands) Fonds voor de Letteren. En Mieke en Pietha, dat zijn dus Hollandse meiden. Echte Nederlanders, geen drie-kwartjes zoals ik. Dat leid ik alleszins af uit hun bijwijlen tenenkrullende vertaling. Want Mieke en Pietha; als Alice “in haar broek poept” en een pagina later “de gore derrie naar beneden voelt lopen”, dan knapt er iets in mijn getraumatiseerd taalgevoel-orgaan. Poepen is lekker, derrie bestaat niet en Goor is een voetballer of wielrenner, ik wil ervan af zijn. En als Mattia naar een partijtje mag in hoofdstuk 2, gaat dat dan over D66 of de ChristenUnie?
Versta me niet verkeerd, het is een mooi boek -beetje dramatisch misschien- en de vertaling leest verder best wel vlot. Maar ik wou dat ik een Italiaan was, of tenminste voldoende Italiaans verstond om het origineel te lezen. Of dat ik dan toch een echte Hollander was, want dan zou ik ook niks gemerkt hebben?
Ik zit godganse dagen op het internet en als er tussen computer en smartphone dan toch nog wat tijd voor media overblijft, pikken we selectief wat televisie-in-uitgesteld-relais mee. Dat was vroeger wel anders; ik verslond boeken, tijdschriften en kranten, kocht veel CD’s, ging regelmatig naar de cinema, schuimde festivals af … Maar daar blijft weinig van over en ik mis dat allemaal wel, maar prioriteiten zijn prioriteiten en het is wat het is nietwaar?
Eén liefde is echter gebleven; radio! Ik en mijn radio, we go a long way back; als kind luisterden we met m’n ouders naar “Die tijd van toen” of “Te bed of niet te bed”. Toen ik 11 was, hoorde ik met een transistor-radiootje (dat ooit van mijn moeder was) Lutgart Simoens van onder m’n hoofdkussen. Als 14-jarige speurde ik in spanning de FM-band af tussen 100 en 104 Mhz, op zoek naar illegale vrije radio’s. Toen ik 17 was hoopte ik zelf plaatjes te kunnen draaien bij een héél lokale radio, maar dat is er nooit van gekomen. En later, als twintiger, kocht ik een wereldontvanger om naar Spaanse of Marokkaanse staatsradio te kunnen luisteren, of naar een verdwaalde Amerikaanse conservatieve talk-radioen als dertiger schuimde ik het internet af op zoek naar online radio, kicken op dat middengolf-gevoel van 16kbit/s streaming in Realplayer.
Nee, hand-gekozen kwaliteitsmuziek van samenstellers en presentatoren met een passie voor de plaatjes die ze draaien, daar kunnen last.fm, Pandora of Spotify wat mij betreft echt niet mee concurreren. Ik ben immers een Radiohoofd.
Massive Attack heeft met “Paradise Circus” (uit het gisteren verschenen nieuwe album “Heligoland”) voor het eerst sinds te lang weer een monumentaal nummer uit. De intensiteit van percussie en bas, de warme stem van Hope Sandoval, de aanzwellende dramatiek van de violen, … Kiekenvlees!
Goeie muziek “favorite” ik steevast ook op YouTube (en die komt zo dan ook automatisch Facebook binnen), maar een echte clip van “Paradise Circus” kon ik daar vreemd genoeg niet vinden. Een Facebook-friend (bedankt Hilde) was gelukkig beter geïnformeerd:
de oorspronkelijke videoclip is ondertussen zwaar gecensureerd wegens teveel kiekevlees bij sommigen
En inderdaad, de videoclip is een nietsverhullende (vandaar: “not safe for work“, geloof me) mini-documentaire over de nu 73-jarige voormalige porno-actrice Georgina Spelvin (ze heeft een eigen site en een blog) en haar rol in de jaren zeventig porno-klassieker “The Devil in Ms. Jones“. In de docu-clip wisselen interview en pornografische fragmenten uit de film elkaar af met “Paradise Circus” op de achtergrond en (als ge verder kijkt dan uw dinksken lang is) het geheel is meer dan de som van der delen:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Een paar nummers later kondigde Gilles nogal onduidelijk af, Googlen was dus niet echt eenvoudig. Maar nu kan ik U dus vertellen dat Eska Mtungwazi in Zimbabwe werd geboren en in Londen opgroeide, dat ze met onder andere Zero7, Matthew Herbert en The Cinematic Orchestra samenwerkte en dat ze nu ook een eigen album aan het opnemen/ afmixen is.
“Daar gaan we nog van horen, van die Eska” denkt ge nu en ik hoop verdomme dat ge gelijk hebt!
Daar zit ge, op een maandagochtend op het werk en tussen Powerpoint en presentatie zijt ge wat aan het kloten aan een blogpost waarin Queen een rolletje speelt en ge vraagt U af of iemand op YouTube Brian May op ukelele doet, want een ukelele is altijd leuk (vraag maar aan spekvriend). Zo komt ge dan op een leuke cover van “Best friend” door YouTube-wonder Julia Nunes, ge klikt wat rond langs haar naïef bevallige covers en ziet dat haar nieuw album geproducet is door Pomplamoose. Tiens, grappige naam, klik-klik-klik dus en ge luistert naar wat die Californische citrusvruchten te bieden hebben en -om een lang verhaal kort te maken- ge geraakt daar niet meer weg.
is de groep van Youtube-multi-instrumentalisten Jack Conte en Nataly Dawn (die een paar jaar in België woonde, blijkbaar)
maakt muziekjes videosongs: “a new medium with 2 rules: What you see is what you hear (no lip-syncing for instruments or voice) and If you hear it, at some point you see it (no hidden sounds)”,
is liefde op het eerste gehoor. I! need! more! Pomplamoose!
haalt hier Earth, Wind & Fire’s September door een bijzonder vrolijke “Nouvelle Vague”-achtige mangel om Nataly Dawn’s vader een fijne verjaardag te wensen:
Man man man, ik moet gewoon iets van Pomplamoose in m’n presentatie verwerken!