Category Archives: e-life

blogposts op blog.futtta.be over leven met en op internet (niet technisch)

Binnenkort Blog Action Day over Water

‘t Is maar om te zeggen dat ik hier op 15 oktober (Blog Action Day) iets stichtelijks over water zal schrijven. Misschien over flessenwater en de Facebook-pagina “100.000 leden voor kraantjeswater in restaurants”?

Ge moet daar overigens maar al eens naar gaan kijken, naar die pagina, dan ziet ge hoe ge als Communications Dikkedeur van pakweg een flessenwater-bedrijf niet met sociale media moet omgaan. Van de weeromstuit gaat ge misschien “kraantjeswater-fan” worden, ook al zit dat niet in uw genen, al dat Facebook-fan-gedoe.

De rest is voor de 15de en voor “Water no get enemy” van Fela Kuti, hier door zoon Femi en een handvol nobele onbekenden;

Fela Kuti – Water No Get Enemy (Tribute by Red Hot + Riot)

Watch this video on YouTube.

Ik ben 15 jaar

Ik ben 15. Het is te zeggen, dat is mijn internet-leeftijd. Ik vond immers net het bewijs van m’n eerste online activiteit, diep begraven in de Usenet-archieven van Google Groups. Op 12 Juni 1995 had ik blijkbaar problemen om met de Dcom-modem in m’n 486DX2 met Trumpet Winsock een verbinding te maken met de modem-pool van de universiteit van Gent. Het moet zijn dat ik dat toen heb kunnen oplossen, want volgens diezelfde ex-Deja News-archieven postte ik van 1995 tot 1997 af en toe bv. soc.culture.belgium en be.comp.

Alhoewel ik m’n eerste html-experiment niet meer terugvind, wordt m’n eerste echte homepage, die van 1996 tot 1999 online stond op http://www.belgonet.be/~frank/, wel voor het nageslacht bewaard op de fantastische Internet Archive’s Wayback Machine;

Vanaf 2002 had ik een shell-script dat elk uur rss-feeds binnenhaalde en met rss2html.pl uit xml-rss omzette naar html om m’n homepage te produceren (eerst nog op http://belgonet.be/frank, later op http://e-cafe.be/frank) en ook dat zit proper opgeborgen in de archieven van de Wayback Machine:

Op 28 april 2003 schreef ik m’n eerste blogpost op een zelf geïnstalleerde Nucleus, daarna kwamen de Telenet Blogs en m’n korte verblijf op WordPress.com om uiteindelijk op m’n eigen blog.futtta.be uit te komen. En die persoonlijke online geschiedenis hou ik liever zelf bij, in m’n eigen blog-archieven. Want ge kunt zoiets niet alleen overlaten aan Google, toch?

Het schrijven verleerd

Ik heb nooit goed kunnen schrijven. Enigszins leesbaar schrijven met pen en papier bedoel ik, dat is altijd een probleem geweest. “Zo’n hanenpoten, gij moet dokter worden” zeiden leraren in een goede bui, of anders “Onleesbaar Goossens, begin maar opnieuw!” Toen ik een jaar of 10 was, vond m’n vader dat hij moest ingrijpen. Ik moest tijdens de grote vakantie dagelijks een tekst uit het jaarboek van de Getuigen van Jehovah overpennen op een A4’tje, het bijbelvers van de dag en behorende uitleg. Goed voor m’n geschrift en m’n geloof moet hij gedacht hebben, maar het heeft voor geen van de twee mogen baten. Rond m’n 16de verzaakten we aan De Waarheid en na m’n studietijd viel ik ook pen en papier langzaam maar zeker af, ten voordele van scherm en klavier waarmee ik toch zo hyper-efficiënt gedachten kan invoeren, bewaren en delen. Papier en vooral pennen, da’s m’n vader zijn hobby (hij verzamelt, repareert en ontwerpt zelf), dat heb ik allemaal toch niet meer nodig?

Tot ik, na vele jaren van bijna geheel-onthouding van pen en papier, enkele dagen geleden een vakantiekaartje naar m’n ouders schreef en daarbij de finesse en het geduld ontbeerde om ook maar iets leesbaar te schrijven.

Sorry Mama, sorry Papa. Als jullie het niet ontcijferd krijgen, dit staat er dus;

Veel te goed weer, veel te lekker eten, veel te snel terug naar huis. Perfect dus, niet?

En daaronder dan onze namen, natuurlijk. Elise, bijna 4, had haar naam zelf geschreven en die was beter leesbaar dan wat haar papa had gekrabbeld.

Ik ben een Radiohoofd

Ik zit godganse dagen op het internet en als er tussen computer en smartphone dan toch nog wat tijd voor media overblijft, pikken we selectief wat televisie-in-uitgesteld-relais mee. Dat was vroeger wel anders; ik verslond boeken, tijdschriften en kranten, kocht veel CD’s, ging regelmatig naar de cinema, schuimde festivals af … Maar daar blijft weinig van over en ik mis dat allemaal wel, maar prioriteiten zijn prioriteiten en het is wat het is nietwaar?

Eén liefde is echter gebleven; radio! Ik en mijn radio, we go a long way back; als kind luisterden we met m’n ouders naar “Die tijd van toen” of “Te bed of niet te bed”. Toen ik 11 was, hoorde ik met een transistor-radiootje (dat ooit van mijn moeder was) Lutgart Simoens van onder m’n hoofdkussen. Als 14-jarige speurde ik in spanning de FM-band af tussen 100 en 104 Mhz, op zoek naar illegale vrije radio’s. Toen ik 17 was hoopte ik zelf plaatjes te kunnen draaien bij een héél lokale radio, maar dat is er nooit van gekomen. En later, als twintiger, kocht ik een wereldontvanger om naar Spaanse of Marokkaanse  staatsradio te kunnen luisteren, of naar een verdwaalde Amerikaanse conservatieve talk-radio en als dertiger schuimde ik het internet af op zoek naar online radio, kicken op dat middengolf-gevoel van 16kbit/s streaming in Realplayer.

Nu, als veertiger, download ik podcasts, luister ik in uitgesteld relais naar Gilles Petersons WorldWide op StuBru, stem ik in WinAmp af op KCRW music, ga -afhankelijk van m’n stemming- slapen met “Jazz” op Klara of  “Select” op StuBru. En soms, als ik ‘s nachts niet kan slapen, dan gaat de lamp van de nachtradio nog eens branden en dan val ik in slaap met muziek van Neil Young, Tom Robinson (“Listen to the radio” vanzelfsprekend) of onlangs nog met deze vergeten parel van 10000 Maniacs;

10000 Maniacs & Natalie Merchant – Trouble Me – Live

Watch this video on YouTube.

Nee, hand-gekozen kwaliteitsmuziek van samenstellers en presentatoren met een passie voor de plaatjes die ze draaien, daar kunnen last.fm, Pandora of Spotify wat mij betreft echt niet mee concurreren. Ik ben immers een Radiohoofd.

Het Groen-complex

Groen zit sinds haar deelname aan de macht (nu ook alweer bijna 10 jaar geleden) in een weinig benijdenswaardige positie; zowat elk voorstel van de partij wordt onmiddelijk als onrealistisch of -als het een beetje tegenzit- bemoeiziek en dom van tafel geveegd. Het debacle rond de “downloadtax” is daar een goed voorbeeld van; een vaag artikel in de pers en direct afgeschoten op Facebook, Twitter en in de lezerscommentaren op de krantensites natuurlijk.

“Helemaal op hun kop gevallen”

“géén extra belastingen om weer eens een nutteloos instituut mee op te richten of overheidsschulden mee te delven”

“Een partijtje van niets die ons nog wat extra euro’s wil afhandig maken in deze tijd van crisis. Zou dat extra geld misschien moeten dienen om nog wat meer asielzoekers te kunnen regulariseren? Grrr…”

Of hoe een op zich niet onverdienstelijk voorstel (gewild of ongewild) totaal verkeerd wordt begrepen. Want waar gaat het eigenlijk over? Mensen downloaden illegaal en zullen dat ondanks een repressieve aanpak (sluiten van p2p-netwerken, vervolgen van downloaders, …) blijven doen, ook al denkt Frankrijk daar anders over. Het voorstel van Groen/ Ecolo vertrekt dan ook van een heel ander uitgangspunt;

  1. iedereen mag alles legaal downloaden dankzij een ‘uitgebreide collectieve licentie’
  2. die licentie wordt gefinancierd door de ISP’s die voor elk breedband-abonnement met hoge downloadlimiet maandelijks een aantal euro’s betalen aan de auteursrechtenorganisaties
  3. dat geld wordt verdeeld aan de hand van steekproeven van het downloadgedrag
  4. de maximumprijs voor die breedband-abonnementen wordt wettelijk vastgelegd (zoals dat ook bij bv. brood gebeurd) om te vermijden dat de ISP’s de licentiekost op hun klanten verhalen

Vanzelfsprekend is dit geen waterdicht voorstel, maar het is tenminste een frisse kijk op het probleem van illegale downloads en een “uitgebreide collectieve licentie” zou (zeker als dat op Europees niveau wordt vastgelegd) wel eens echt een goed idee kunnen zijn. Maar een eenzame uitzondering daar gelaten doet niemand zelfs maar de moeite om het voorstel correct te lezen.

Nee, Groen, dat zijn wereldvreemde bemoeials die ons, als ze konden, nog zouden willen laten betalen om te ademen Mijnheer! Ondanks een blijkbaar sterke ecologische betrokkenheid van “de Vlaming”, kunnen voorstellen van Groen op basis van hun imago (dat andere partijen overigens graag mee in stand houden) en door gebrekkige Groene communicatie (het artikel in HLN was maandagochtend nog heel vaag en op de sites van Freya Piryns en de partij zelf was er geen letter over te vinden, hemeltergend als het onderwerp “internet” is) nooit serieus genomen worden. Indien Groen ooit terug echt politiek relevant wil worden, dan zal ze echt wel anders moeten gaan communiceren.

Google Privacy Fail; Asa Dotzler is right

google_screamMozilla’s Asa Dotzler recently rocked the boat when telling readers to use Bing instead of Google because of a shortsighted statement on privacy by Eric Schmidt, Google’s CEO. The discussion that followed Asa’s blogpost was interesting on occasion, but harsh and even rude at times.

While we’re all Google fanboys one way or the other and while the idea of switching from “Do no Evil Google” to “Monopolist-Micro$oft” can be a little bit unnerving, there is in my opinion reason to be concerned with Schmidts’ quote. My main problem is with this claim;

If you have something that you don’t want anyone to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place.

I don’t know about you, but to me Schmidt seems to imply that if I require privacy, that must mean that I have something to hide which is at least unpleasant and probably even outright illegal. If one accepts this premise, requiring (or enforcing, by means of encryption or anonymizers) privacy in itself is an indication of guilt?

Given that Google has too much data about me (being the avid Google-user I am) and given the flawed reasoning of Google’s CEO regarding respect for my privacy, I cannot but agree with Asa Dotzler. It is time to rethink my use of Google applications, although I’m not switching to Microsoft alternatives just yet. The general idea is simple: stop putting all my eggs in one basket, instead fragmenting my information across multiple independent organizations, hoping that privacy-breaching data-mining will be a bit less efficient that way.

scroogle: how it worksI’m still looking into alternatives for most Google web applications (Serge is right off course; “with microsoft it’s easy, you can switch to apple or linux – the problem with google is that their stuff just works“), but for search I’ve decided to switch to scroogle.org. Scroogle is a not-for-profit secure (as in https) cookie-less search that uses Google (the irony). The site is operated by Daniel Brandt, the almost anonymous weirdo who’s also behind google-watch and wikipedia-watch.

To make sure my Google-friendly browser doesn’t accidentally direct me to Google search, I changed the following things in Firefox:

  • On my “bookmarks toolbar” replace the Google bookmark with a Scroogle one
  • Add Scroogle SSL” from the Mycroft search engine plugin site and move it to the top of the “search engines” list
  • And finally to make sure searches from the “awesome bar” don’t direct me to Google either, in about:config I changed the value of “keyword.URL” into “https://ssl.scroogle.org/cgi-bin/nbbwssl.cgi?q=”

So what Google property should I replace next and more importantly, what with? Any suggestions? :-)

My blog laughs in your Facebook

keuzestress op het webGisteren bij Peter Decroubele lekker ouderwets gereageerd op zijn tekst over hoe blogs aan populariteit lijken in te boeten ten voordele van Facebook en Twitter. En Peter linkt daarbij ook lekker ouderwets door een blogpost van Bruno Peeters over hetzelfde onderwerp. Al dat bloggrn, linken en reageren ondergraaft mijn hieronder hernomen (en lichtjes geredigeerde) reactie misschien enigszins, maar uitzondering en regel en diens meer zeker?

Met de opkomst van Facebook en Twitter is het belang van blogging als sociale netwerktool sterk verminderd. Statusberichtjes tussen de soep en de patatten laten zich nu eenmaal makkelijker schrijven dan regelmatige, min of meer vlot leesbare blogposts.

Ook het aantal reacties (en trackbacks en linken) lijkt overigens af te nemen, ten voordele van eenvoudiger (short-)URL’s, retweets, twitter-replies, facebook-comments en andere “vind ik leuk”-s. Blogs volgen, erop reageren en andere comments tracken is door het decentrale karakter van weblogs en door de beperkingen van feedreaders immers veel minder makkelijk. Ik krijg op Facebook dan ook gemiddeld meer respons op mijn daar automatisch geïmporteerde schrijfsels dan op m’n blog zelf (alhoewel dat ook van het onderwerp afhangt).

Dat alles betekent volgens mij overigens helemaal niet dat bloggen zal verdwijnen. maar ik denk dat het wel (terug?) meer maxi-dagboek en mini-journalistiek zal worden, zonder de “social” hype en zonder het incrowd-sfeertje (dat op Twitter een nieuwe thuis heeft gevonden). En al bij al is dat misschien toch niet zo’n slechte evolutie?