Ik ben een Hollander. Daar, nu weet ge het allemaal; Getuige van Jehova, gewetensbezwaarde en nu ook nog Hollander! Het is allemaal de fout van de vrouwen in m’n stamboom. Zowel m’n moeder als grootmoeder langs vaders kant kwamen van over de grens, uit gehuchtjes in Zeeuws-Vlaanderen. Zeeuws-Vlaanderen, alsof dat iets zou goedmaken. Niet dus, zeker niet voor de klasgenootjes in de Gemeentelijke Lagere School Blaasveld (Willebroek). Want ook al was m’n vader Belg en hadden zowel m’n moeder als m’n grootmoeder de nationaliteit verworven door met zo’n domme Belg te trouwen, dan nog vonden die speelplaats-treiteraars dat ik een Hollander was. Ik had het vuile plaatselijke dialect immers niet onder de knie en sprak iets wat toen nog ABN heette en dat hen ongetwijfeld als “Algemeen Bekakt Nederlands” in de oren klonk. Dus ik was een vuile Hollander.
Dat alles om maar te zeggen dat ik recht van spreken heb, als het over Hollandse taalgevoeligheden gaat. Want ik heb me gisteren ongelofelijk zitten ergeren. M’n vrouw heeft me verplicht om “De eenzaamheid van de priemgetallen” van Paolo Giordano te lezen. Aangezien Paolo een Italiaan is, heeft hij die titel niet zelf in het het Nederlands gezet. Nee, Mieke Geuzebroek en Pietha De Voogd hebben dat voor hem vertaald, daarin aangemoedigd door het (Nederlands) Fonds voor de Letteren. En Mieke en Pietha, dat zijn dus Hollandse meiden. Echte Nederlanders, geen drie-kwartjes zoals ik. Dat leid ik alleszins af uit hun bijwijlen tenenkrullende vertaling. Want Mieke en Pietha; als Alice “in haar broek poept” en een pagina later “de gore derrie naar beneden voelt lopen”, dan knapt er iets in mijn getraumatiseerd taalgevoel-orgaan. Poepen is lekker, derrie bestaat niet en Goor is een voetballer of wielrenner, ik wil ervan af zijn. En als Mattia naar een partijtje mag in hoofdstuk 2, gaat dat dan over D66 of de ChristenUnie?
Versta me niet verkeerd, het is een mooi boek -beetje dramatisch misschien- en de vertaling leest verder best wel vlot. Maar ik wou dat ik een Italiaan was, of tenminste voldoende Italiaans verstond om het origineel te lezen. Of dat ik dan toch een echte Hollander was, want dan zou ik ook niks gemerkt hebben?
Ik zit godganse dagen op het internet en als er tussen computer en smartphone dan toch nog wat tijd voor media overblijft, pikken we selectief wat televisie-in-uitgesteld-relais mee. Dat was vroeger wel anders; ik verslond boeken, tijdschriften en kranten, kocht veel CD’s, ging regelmatig naar de cinema, schuimde festivals af … Maar daar blijft weinig van over en ik mis dat allemaal wel, maar prioriteiten zijn prioriteiten en het is wat het is nietwaar?
Eén liefde is echter gebleven; radio! Ik en mijn radio, we go a long way back; als kind luisterden we met m’n ouders naar “Die tijd van toen” of “Te bed of niet te bed”. Toen ik 11 was, hoorde ik met een transistor-radiootje (dat ooit van mijn moeder was) Lutgart Simoens van onder m’n hoofdkussen. Als 14-jarige speurde ik in spanning de FM-band af tussen 100 en 104 Mhz, op zoek naar illegale vrije radio’s. Toen ik 17 was hoopte ik zelf plaatjes te kunnen draaien bij een héél lokale radio, maar dat is er nooit van gekomen. En later, als twintiger, kocht ik een wereldontvanger om naar Spaanse of Marokkaanse staatsradio te kunnen luisteren, of naar een verdwaalde Amerikaanse conservatieve talk-radioen als dertiger schuimde ik het internet af op zoek naar online radio, kicken op dat middengolf-gevoel van 16kbit/s streaming in Realplayer.
Nee, hand-gekozen kwaliteitsmuziek van samenstellers en presentatoren met een passie voor de plaatjes die ze draaien, daar kunnen last.fm, Pandora of Spotify wat mij betreft echt niet mee concurreren. Ik ben immers een Radiohoofd.
Groen zit sinds haar deelname aan de macht (nu ook alweer bijna 10 jaar geleden) in een weinig benijdenswaardige positie; zowat elk voorstel van de partij wordt onmiddelijk als onrealistisch of -als het een beetje tegenzit- bemoeiziek en dom van tafel geveegd. Het debacle rond de “downloadtax” is daar een goed voorbeeld van; een vaag artikel in de pers en direct afgeschoten op Facebook, Twitter en in de lezerscommentaren op de krantensites natuurlijk.
“Helemaal op hun kop gevallen”
“géén extra belastingen om weer eens een nutteloos instituut mee op te richten of overheidsschulden mee te delven”
“Een partijtje van niets die ons nog wat extra euro’s wil afhandig maken in deze tijd van crisis. Zou dat extra geld misschien moeten dienen om nog wat meer asielzoekers te kunnen regulariseren? Grrr…”
Of hoe een op zich niet onverdienstelijk voorstel (gewild of ongewild) totaal verkeerd wordt begrepen. Want waar gaat het eigenlijk over? Mensen downloaden illegaal en zullen dat ondanks een repressieve aanpak (sluiten van p2p-netwerken, vervolgen van downloaders, …) blijven doen, ook al denkt Frankrijk daar anders over. Het voorstel van Groen/ Ecolo vertrekt dan ook van een heel ander uitgangspunt;
iedereen mag alles legaal downloaden dankzij een ‘uitgebreide collectieve licentie’
die licentie wordt gefinancierd door de ISP’s die voor elk breedband-abonnement met hoge downloadlimiet maandelijks een aantal euro’s betalen aan de auteursrechtenorganisaties
dat geld wordt verdeeld aan de hand van steekproeven van het downloadgedrag
de maximumprijs voor die breedband-abonnementen wordt wettelijk vastgelegd (zoals dat ook bij bv. brood gebeurd) om te vermijden dat de ISP’s de licentiekost op hun klanten verhalen
Vanzelfsprekend is dit geen waterdicht voorstel, maar het is tenminste een frisse kijk op het probleem van illegale downloads en een “uitgebreide collectieve licentie” zou (zeker als dat op Europees niveau wordt vastgelegd) wel eens echt een goed idee kunnen zijn. Maar een eenzame uitzondering daar gelaten doet niemand zelfs maar de moeite om het voorstel correct te lezen.
Nee, Groen, dat zijn wereldvreemde bemoeials die ons, als ze konden, nog zouden willen laten betalen om te ademen Mijnheer! Ondanks een blijkbaar sterke ecologische betrokkenheid van “de Vlaming”, kunnen voorstellen van Groen op basis van hun imago (dat andere partijen overigens graag mee in stand houden) en door gebrekkige Groene communicatie (het artikel in HLN was maandagochtend nog heel vaag en op de sites van Freya Piryns en de partij zelf was er geen letter over te vinden, hemeltergend als het onderwerp “internet” is) nooit serieus genomen worden. Indien Groen ooit terug echt politiek relevant wil worden, dan zal ze echt wel anders moeten gaan communiceren.
Some people seemed all too happy to dismiss my post as being plain old Flash-bashing. Sorry to disappoint you, but I”m not saying Flash is evil or that it will (or should) disappear altogether. Next correction: I do have Flash player installed and in general I do know if a application is made in Flash or not. Heck, the web has been my job for more than 10 years now and Flash has been a point of interest for quite some time already. And yes, there indeed are innovative web applications and games that are build in Flash. That being said, I do think (because of accessibility, SEO and some more philosophical reasons) it’s best to avoid using Flash to develop a site’s core functionality if the same can be achieved with non-propriety, standard web technology.
It’s not about Flash vs HTML5
The comments on last week’s blogpost seemed to focus very much on the individual merits (or lack thereof) of HTML5, CSS3 or Canvas, as if these are islands with no history and no connections to the web mainland. This is, off course, wrong; these “new” technologies just happen to be the most recent evolutions of the core components of the rapidly evolving ecosystem that is the “open web”. Moreover, with HTML, CSS and Javascript being the brick and mortar, libraries such as JQuery, Dojo and YUI are the “prefab” building blocks of open web development, offering plug&play components to efficiently build cross-browser rich web interfaces. So the discussion is not about Flash vs HTML5, but about the choice between Flash and the powerful “open web technology stack”.
about:evolution
“The only constant is change” and that’s all the more valid on the web. Flash has an important role to play in this respect, having pushed the boundaries of web-based UI’s for many years. But as some of the cutting-edge features that once were only available in Flash, can now be created more efficiently using non-propriety technology, there’s a shift towards the use of those open web components (e.g. the Flash carousel on National Geographic website that was shown in the Adobe video from my previous post has been replaced by a JQuery implementation).
I believe (and that’s what the previous post was about) this trend will continue in 2010 because of features of HTML5, CSS3, canvas, … becoming available to a wider audience either natively (in new browsers) or through libraries that provide cross-browser compatible implementations. And yes, I’m afraid that in my book that means Flash will become less relevant (“irrelevant” in my previous post being an obvious hyperbole).
Despite great efforts by Adobe, Flash on the mobile web (i.e. in a browser, non-browser implementations are irrelevant in the discussion about “open web vs flash”) remains almost non-existent. The fact that Apple continues to refuse Flash for the iPhone only makes this worse, due to the seemingly untouchable “game-changer” status of their phone and due to the fact that more than 60% of all mobile pageviews originate from their mobile devices.
To sum it all up: when Adobe Flash evangelist Serge writes “Flash Player has it’s place on the web today and in the future” I can only agree. But I’ll bet you that place in the future will be less prominent than the one it holds today.
My 2nd prediction for 2010 (the first one being ‘offline is the new online‘): the glory days of Flash are over. The reason for this is twofold; the mobile web and the strong advances “open web” technology is making.
Open web moving in, fast
Remember the days when everybody wanted to spice up otherwise dull websites with “a flash splash page” and “flash menu’s”? Now menu’s are built in accessible, SEO-friendly HTML once again, using CSS to add style and even behavior, adding some Javascript if magic dust is required . And splash pages, well, those were pretty useless to begin with. Adobe Flash’s stronghold now is video playback and animation, but they’re bound to eventually lose that battle as well.
HTML5’s canvas (cross-browser javascript-able 2D bitmap-based graphics) is gaining a lot of momentum. Check out the applications and games on http://www.canvasdemos.com/ to see just how much can be accomplished now, in today’s browsers (really, go check out those demo’s, some are mind-boggling)
Adobe’s answer; mobile banners & deploy to Appstore
So with a Flash-less mobile web and with strong browser-native competition for both multimedia and graphics on the “normal” web, how does Adobe see it’s future? Well, they plan to roll out “iPhone packager for Flash” in CS5, allowing any Flash developer to publish to the AppStore, but there’s still no news about in-browser Flash on the iPhone.
For non-Apple devices, Adobe is boasting a preview version of Flash 10.1 in a mobile browser (the Android 2.0 browser on Google Nexus One in this case) with this promo video;
I don’t know about you, but somehow a sub-par game, web video and banners don’t convince that Flash has a bright future ahead. Not on mobile and maybe even not on the open web as it’s shaping up to be.
But maybe you think Flash will remain in the spotlights despite all of this? Why? Let us know in the comments!
Given the concerns about the enormous amount of data Google continuously collects about its users and because of the fact that their CEO seems to have a poor understanding of privacy (Schmidt stated “If you have something that you don’t want anyone to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place”) and despite Google’s Jonathan Rosenberg recent manifesto on openness I decided to move some of my online activities away from the all-seeing eye of Google. After switching to scroogle.org for normal search, I now found an alternative for Google Reader as well in Tiny Tiny RSS.
Tiny Tiny RSS (or “tt-rss” for short) is an open source web application written in PHP with a PostgreSQL or MySQL database. The webapp is AJAX-based, multi-user and is offline-enabled using Google Gears (you can check out a demo here). There’s also a mobile version, a (deprecated) XML-RPC API and a brand new experimental JSON-API, which I’m playing around with, using XUI to write a minimal mobile version of my own.
For those who are not able to install and configure tt-rss or who don’t want to burden their server with it, developer Andrew Dolgov put up a hosted version (thanks Andrew!) where currently 8 more users can register.
After having switched about a week ago, I find I barely miss Google Reader, although tt-rss still feels a little rough around the edges at times. The only real limitation is that shared items (‘published’ in tt-rss) off course aren’t automagically shared with your Google friends. I now automatically import my tt-rss published articles and manually share those every few days in Reader. Because I wouldn’t want to disappoint my Google friends, now would I?
Maandagochtend was ik ongetwijfeld één van de velen die met een tikkeltje leedvermaak las dat Silvio Berlusconi op zijn muil had gekregen. Een paar uur later zette een Facebook-vriend dit op z’n wall;
Support Massimo Tartaglia, the man who hit Berlusconi in the face:http://bit.ly/4voix5
82.901 fans had Tartaglia de volgende ochtend om 6h al (en daar zullen er nog flinke hoop bij gekomen zijn voordat de pagina enkele dagen later verwijderd werd).
“Ik heb het niet voor Berlusconi, maar ik heb het nog minder voor geweld” antwoordde ik en dat ik dus liever geen “fan” wilde worden. Wie zich bekend tot anti-geweld mag zich natuurlijk aan de grote pacifisten-valstrik verwachten; “Vervang Berlusconi door Hitler, vind je dat dan ook nog?”
En toen deden we alsof het een warme zomeravond was en we op een terrasje een goeie pint aan het drinken waren en ik lalde volgend meninkje over geweld;
politiek geweld is oorzaak en gevolg van polarisering en is op die manier dé ideale voedingsbodem voor extreme politieke stromingen. in de meest extreme omstandigheden lijdt dat tot burgeroorlogen tussen 2 uitersten, waarna de winnaar van de burgeroorlog z’n eigen (linkse of rechtse) dictatuur vestigt. denk spanje en duitsland in de jaren ‘20 en ‘30.
dus moet de vraag “supporter je voor iemand die ‘een hitler’ aanvalt” niet eerder “supporter je voor iemand die mee het gewelddadige klimaat schept om ‘een hitler’ aan de macht te brengen” zijn?
Nee, ik heb het niet zo voor geweld. “Gewetensbezwaren, mijnheer” antwoordde ik de man die me in 1992 vroeg waarom ik m’n legerdienst niet wilde doen en die bezwaren zijn er nog steeds. Vandaar deze eindejaarsboodschap:
Vrede, voor iedereen! Nu, niet seffes, niet direkt, niet sebiet, niet weldra, maar nu, maintenant, tout de suite, heute, godverdomme! Ik wil er zelfs voor de Italiaanse premier, al heeft ie zijn smoeltje niet mee.