Gelezen; “Mijn Lieve Gunsteling” van Lucas Rijneveld en “Vuur” van John Boyne

“Mijn Lieve Gunsteling” en “Vuur” zijn allebei boeken over misbruik van jonge tieners door volwassenen. “Gunsteling” van Lucas Rijneveld (ook gekend van “De avond is ongemak”) is prachtig geschreven, maar het graaft door de ogen van de pleger héél diep in de getormenteerde psyche van zowel slachtoffer als pleger. Het bleek daardoor voor mij bijna ondragelijk emotioneel intens en ik heb de 363 pagina’s maar beetje bij beetje kunnen lezen. “Niet elk goed boek is ook leuk om te lezen” schreef een reviewer op Goodreads, ik zou het niet beter kunnen zeggen.

Na “Gunsteling” wilde ik dus iets minder zware kost en aangezien ik van Boynes Elementen-cyclus “Water” en “Aarde” al had gelezen, stelde mijn vrouw “Vuur” voor. Boyne (van wie ik oa “Wat het hart verwoest” graag gelezen heb) bouwt zijn verhaal op als een thriller, waarbij hij je regelmatig op het verkeerde been zet en je je moreel oordeel over de personages een paar keer bij moet stellen. Een pageturner van slechts 188 pagina’s, lang geleden dat ik een boek in 2 dagen uit heb gelezen!

Maar moet een boek over misbruik makkelijk lezen? Is het geen verdienste van Rijneveld dat je je als lezer bijna misselijk voelt, niet omwille van de schaarse beschrijvingen van het lichamelijk misbruik maar door de bijna poëtisch beschreven obsessie? Dat je weken gebukt gaat onder het onaangenaam gevoel dat je deelgenoot bent van iets dat zo verkeerd is? En maakt Boyne het ons dan niet te makkelijk?

Alhoewel ik een theoretisch want onbestaand vervolg op Gunsteling zeker zou lezen, zou dat niet voor direct zijn. Na het publiceren van dit blogpostje zal ik evenwel naar onze huisbibliotheek gaan om “Vuur” terug te zetten en “Lucht” van het schap te pakken. Boyne is misschien geen literair diepgravend psychologisch poëet, maar hij kan verdorie wel een sterk verhaal neerzetten. Soms volstaat dat?

De nieuwe Harstad “Onder de kasseien, het strand” is er bijna maar nog niet helemaal

Ik ben niet zo voor lijstjes, maar als ik onder dreiging van foltering een boeken top 3 zou moeten geven, dan zou “Max, Micha & het Tet-offensief” daar zeker in staan. Van auteur Johan Hardstad verscheen in 2024 al een nieuwe roman in het Noors onder de titel “Under brosteinen, stranden!” en volgens doorgaans goed ingelichte bronnen (ik mailde met de uitgever) zou in het najaar van 2026 de Nederlandse vertaling uitkomen. Op basis van de reviews op GoodReads opnieuw de moeite (ook al heb ik niet altijd goeie ervaringen heb met de Goodreads scores). En ja, sommige lezers maken in hun beoordeling melding van langdradigheid en van het zich dom voelen bij het lezen, maar ik kijk er toch enorm naar uit!

Dit is een ietwat opgekuiste automatische vertaling van de Noorse samenvatting;

“Onder de kasseien het strand” is een roman over de ontdekking van een kassei-achtig voorwerp. Wanneer je de kassei aanraakt, lijkt het alsof je in slechts zeven minuten een heel leven beleeft. Het verhaal speelt zich af in een jeugdgroep in Stavanger in de jaren negentig, maar met aanzienlijke tijds- en geografische omwegen naar plaatsen als de Sovjet-Unie, Berlijn, Warschau, Akureyri, Shanghai en niet in de laatste plaats het eiland Tristan da Cunha in de jaren zestig. Het boek wordt bewoond door van alles en nog wat: van jongeren uit de voorsteden op zoek naar de volgende industriële ventilator om zich ‘s avonds aan op te warmen, Koude Oorlogsspionnen met wankelende loyaliteiten in verschillende richtingen, lokale Zapatistas en marihuanahandelaren van twijfelachtig mentaal allooi, jonge geliefden en amateurradiovaders die allemaal weduwnaar zijn, zeelui van zowel de oude als de nieuwe school, IJslandse ecoterroristen, suïcidale alleenstaande moeders en zichzelf kwellende ziekenhuisdirecteuren, psychiatrische patiënten en sommigen die dat waarschijnlijk wel hadden moeten zijn, een avontuurlijke meteoroloog van Forus en een astrofysicus met een acute behoefte aan uitleg over niet-wetenschappelijke onderwerpen en met gastoptredens van mensen als Andrei Tarkovsky en Erich Mielke, onderzoekt de roman het idee dat de tijd misschien nooit aan onze kant heeft gestaan. Dit is een geweldig verhaal over wachten, tot het leven begint, tot dingen eindigen, wachten op het juiste, wachten op de dood en tevergeefs wachten. Het is een roman over Ingmar, Jonatan en Peter. En Ebba.

Ben je al in de war? Ik ook! Voor wie nu al iets meer te weten wilt komen, bekijk (een automatisch vertaalde) versie van dit artikel/ interview even, het zal één en ander misschien toch een beetje duidelijker maken. Of toch snel nog één zin uit het einde van dat artikel?

De roman, die zowel echt als fictief is, bevat zoveel kennis dat een arme lezer er zowel blij van wordt als even op adem moet komen.

Selah Sue via Vicky Canals Beatles X Radiohead

Back in the sixties Paul McCartney wrote and recorded Blackbird. The song was partly based on a Bach piece and features great guitar-playing really and talks about hope, empowerment and freedom.

Unrelated, Thom Yorke, suffering from post-“OK Computer” depression, wrote “Everything in it’s right place” on piano and recorded it with Radiohead in 1999, the song initiating their breakout of the confines of (alt-)rock. There are a lot of great alternative versions and covers, some of which I already mentioned here before.

Fast-foward to 2025 and Victoria Canal, a Spanish-American singer and pianist, released her own version of Blackbird which on social media she teased as “every blackbird in its right place”. Canals Blackbird is as intimistic as the original albeit a bit more subdued, maybe partly due to chord progression that borrows from EIIRP. Flying with broken wings in Vicky’s case can be taken somewhat literally; she was born without her right forearm and despite that she learnt how to play the piano with both hands. Although I’m no musician let alone a pianist, this disability likely impacts her piano arrangements by which she proves the “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister” to be so very true.

And finally, in 2026, Selah Sue teamed up with Stéphane Galland (a renowned jazz drummer) and his son Elvin (keyboard & production) and in their repertoire they have a version of Blackbird that was based on Canals arrangement. For me that version is the ultimate one; it starts out as intimistic as Canals version and in the vocals you feel some of Selah’s pain, the longing to be free, to fly. But then little by little the band (and I have to mention those backing singers, that bass-player) picks up and the song becomes a jazz-anthem (does that exist) and although I have heard it at least 20 times since I “discovered’ it the first time (yesterday) I get goosebumps every time. I showed it to my wife yesterday and teared up while trying to explain why I’m so overwhelmed. But there was no need to explain, she felt exactly the same and we hugged.

If you want to see/ hear/ experience it, the best version is on VRTmax but you’ll need to create an account (and still you might not be able to access it due to geographic limitations) or you can look at this smartphone recording of this song in a concert;

Selah Sue - Blackbird (Live in Leuven 2026)