Heulen met de vijand

Afgelopen zaterdag werd in “Interne keuken” op Radio1 de eeuwige discussie over auto versus minder auto nog eens opgerakeld. Niet dat ik geluisterd heb, ik was op dat moment mijn fietsketting aan het smeren of zo, maar deze tweet van ex-collega Jeroen Fossaert raasde wel voorbij in m’n Facebook-stream;

Radio 1 over ‘mijn auto mijn vrijheid’. Discussie nonsens zolang bvb BRU – Diegem sneller per wagen dan trein. (cc @filletk )

Zo’n uit z’n verband gerukte stelling zet me aan het denken natuurlijk. Bedoelt Jeroen dat het simpele feit, dat de auto op die route sneller is, elke discussie over minder auto dan ècht volledig overbodig maakt?
Maar de tijd van m’n grote gelijk heb ik enkele verjaardagen geleden al achter me gelaten en terwijl ik de druk in de banden van m’n vouwfiets nog eens controleerde, bedacht ik dat auto-liefhebbers eigenlijk de grootste pleitbezorgers van het openbaar vervoer zouden moeten zijn. Want meer pendelaars op de trein, dat is minder file voor de Jeroenen. Omgekeerd zouden treinreizigers dan kunnen ijveren voor meer auto; meer plaats om de benen te strekken en minder hoge piekuur-belasting van materieel en netwerk en dus minder vertragings-ellende.
Als iedereen zo pleitbezorger wordt voor “de andere”, zullen de wetten van vraag en aanhod op basis van al dat egoïstisch altruïsme de weegschaal in een quasi goddelijk evenwicht brengen! Of misschien verandert er zo weinig of niets, maar we nemen het dan wel voor elkaar op en dan hebben we ten minste dat warme gevoel van verbondenheid. Liefde is heulen met de vijand!
(voor wie het zich afvraagt; de treinrit Brussel (Noord) naar Diegem duurt 11 minuten)

Op de trein, bijna thuis

Dinsdagavond, iets na 5. Ik zit op de trein, de oortjes galmen Radiohead en het schemert binnen en buiten. Nog even en ik ontsnap aan deze TL-verlichte trein die met de welgemeende excuses van de conducteur door de eerste najaars-donkerte gefrustreerd achter een piekuurtrein tjokt. Bijna thuis, gelukkig, maar nu nog even genieten van deze aangenaam onaangename vervreemding.

[720p] Radiohead - Prague 2009 [Full Concert]

Drink water, geen gebakken lucht (Blog Action Day)

We gaan vandaag even lekker kort door de bocht, het is Blog Action Day, geen Blog Nuance Day.
Flessenwater-producenten verkopen gebakken lucht. Ze prijzen hun waren aan als waren ze wonderen der zuiverheid, terwijl sommige mineraalwaters niet eens geschikt zijn om babymelk te maken omwille van te hoge concentratie aan metalen en mineralen.
En toch slagen reclamejongens, die ingehuurde waterdragers der flessentrekkers, er op slinkse manier in om U en mij bijzonder milieu- en portemonnee-onvriendelijk te laten handelen. Want we hebben allemaal toegang tot een alternatief dat 100 tot 500 keer goedkoper, veel milieuvriendelijker en minstens even gezond is; kraantjeswater.
Kijk naar onderstaande YouTube, bekijk die mooie infograph hiernaast even in detail en koop morgen een mooie glazen karaf om ‘s morgens met kraantjeswater te vullen. Geef uw water gerust een mooie klinkende Franse naam, dat doet drinken. Eau Futée misschien?

The Story of Bottled Water

Enkele bronnen:

Binnenkort Blog Action Day over Water

‘t Is maar om te zeggen dat ik hier op 15 oktober (Blog Action Day) iets stichtelijks over water zal schrijven. Misschien over flessenwater en de Facebook-pagina “100.000 leden voor kraantjeswater in restaurants”?
Ge moet daar overigens maar al eens naar gaan kijken, naar die pagina, dan ziet ge hoe ge als Communications Dikkedeur van pakweg een flessenwater-bedrijf niet met sociale media moet omgaan. Van de weeromstuit gaat ge misschien “kraantjeswater-fan” worden, ook al zit dat niet in uw genen, al dat Facebook-fan-gedoe.
De rest is voor de 15de en voor “Water no get enemy” van Fela Kuti, hier door zoon Femi en een handvol nobele onbekenden;

Ik ben 15 jaar

Ik ben 15. Het is te zeggen, dat is mijn internet-leeftijd. Ik vond immers net het bewijs van m’n eerste online activiteit, diep begraven in de Usenet-archieven van Google Groups. Op 12 Juni 1995 had ik blijkbaar problemen om met de Dcom-modem in m’n 486DX2 met Trumpet Winsock een verbinding te maken met de modem-pool van de universiteit van Gent. Het moet zijn dat ik dat toen heb kunnen oplossen, want volgens diezelfde ex-Deja News-archieven postte ik van 1995 tot 1997 af en toe bv. soc.culture.belgium en be.comp.
Alhoewel ik m’n eerste html-experiment niet meer terugvind, wordt m’n eerste echte homepage, die van 1996 tot 1999 online stond op http://www.belgonet.be/~frank/, wel voor het nageslacht bewaard op de fantastische Internet Archive’s Wayback Machine;

Vanaf 2002 had ik een shell-script dat elk uur rss-feeds binnenhaalde en met rss2html.pl uit xml-rss omzette naar html om m’n homepage te produceren (eerst nog op http://belgonet.be/frank, later op http://e-cafe.be/frank) en ook dat zit proper opgeborgen in de archieven van de Wayback Machine:

Op 28 april 2003 schreef ik m’n eerste blogpost op een zelf geïnstalleerde Nucleus, daarna kwamen de Telenet Blogs en m’n korte verblijf op WordPress.com om uiteindelijk op m’n eigen blog.futtta.be uit te komen. En die persoonlijke online geschiedenis hou ik liever zelf bij, in m’n eigen blog-archieven. Want ge kunt zoiets niet alleen overlaten aan Google, toch?

Septemberigheid met William Shatner en Ben Folds

Het is weer september, de mooiste maand ter wereld en ik had er dit jaar bijna niets over geschreven, tot ik op de radio William Shatner en Ben Folds met “It Hasn’t Happened Yet” hoorde. Dat nummer is zo ontstellend mooi-melancholisch dat ik alweer een paar dagen werkombekwaam ben (maar niet echt, collega’s, niet echt).
Luister maar eens naar dit tubeken en lees ondertussen de tekst of kijk gewoon een beetje dromerig naar buiten, naar de zomer die bijna niet meer is.

William Shatner - It Hasn't Happened Yet

Tranen om stomme regeltjes in Center Parcs

Stel dat ge een dochterken van 4 jaar zijt, zot van sprookjes en prinsessen en dat ge met papa en mama in Center Parcs in het buffet-restaurant zit. Ge hebt net snel-snel die frietjes met stoverij binnengespeeld, want ge weet dat ze zodadelijk een sprookje komen voorlezen. Van zodra het verhaal begint zit ge  op de eerste rij met open mond te luisteren naar het sprookje van het Land van Miyo en het kleine draakje dat lavasteentjes nodig heeft om groot te kunnen worden. Als de Koning vraagt om die stenen te zoeken zijt ge dan ook de eerste die rechtspringt om mee te helpen, maar papa houdt u tegen omdat het daar buiten aan het regenen is en omdat er dringend nog een ijsje gegeten moet worden. Ge zijt daar niet echt blij mee, want ge moet per slot van rekening toch mee naar die lava zoeken voor dat lieve groene draakje. Maar papa in onvermurwbaar en ge gaat dan maar aan het soft-ijs, vooral omdat papa belooft dat de Koning en de Koningin straks toch nog terugkomen.
Dus ge eet dat ijsje en ge speelt nog wat tot de Koning, de Koningin en de andere kindjes inderdaad terug zijn en dan zit ge alweer in opperste concentratie naar het vervolg te luisteren. Ge zijt blij, want er zijn drie lavastenen gevonden en het draakje kan dus eten en groeien. En dan de grote verrassing; iedereen krijgt een lavasteentje van de Koning! Ge staat al recht om uw cadeautje te gaan halen maar dan zegt de Koning dat hij dat in het zwarte zakje zal steken, dat de meeste kinderen al rond de nek hebben hangen. Ge zijt een beetje in paniek want ge hebt zo geen zwart zakje en net als ge uw papa en mama om hulp wilt vragen, komt uw papa om samen aan te schuiven.
Papa vertelt de Koning en Koningin dat ge nog geen zakje hebt omdat ge niet mee naar buiten zijt gegaan en vraagt of ze er toch nog eentje hebben om zo’n lavasteentje in te doen. Maar de Koning zegt dat dat niet kan en alhoewel papa nog even tevergeefs aandringt stapt ge even later met triestig trillend onderlipje want zonder steentje terug naar mama. Mama ziet en hoort wat er gebeurd is en ze kijkt al boos in de richting van de Koning terwijl ze U in haar armen neemt om zelf aan te gaan schuiven. Maar ook tegen uw mama zeggen de Koning en Koningin dat ge geen zakje krijgt want dat er dan nog kindjes dat zouden komen vragen en dat ze dat echt niet kunnen maken. En dus loopt ge met z’n drieën, papa,mama en dochterken, kwaad weg en ge hoort Uw ouders zeggen dat ze begrijpen waarom Center Parcs geen reklame meer maakt met “a State of Happiness”. Want als kinderanimatie over regeltjes in plaats van over gelukkige kinderen gaat, dan loopt het een beetje fout met die happiness.

Lui klust met hout

Indien ik Kabouter zou zijn, dan was ik niet Klus, maar Lui. Ik ben immers echt niet handig en van hard werken word ik zo moe. Mijn Kwebbel zou dat zeker bevestigen, maar ik hoop dat ze er wel aan zou toevoegen dat als ik eenmaal hamer en zaag vastheb, ik niet meer te stoppen ben.
Maar soit, te stoppen of niet, ik heb hoedanook twee linkerhanden. Toen ik een jaar of 14 was, droeg m’n vader me op om tijdens de grote vakantie een vogelkastje te timmeren. Ik kreeg wat hout, het gereedschap en een week de tijd om pakweg een koolmees een dak boven kop en kroost te klussen. Maar dat liep, ondanks de hulp van buurtvriend Patrick, al van bij het begin verkeerd; ik had de 6 plankjes schots en scheef gezaagd. Vooral de zijkanten, die bovenaan een hoek van pakweg 35 graden moesten hebben, waren een ramp. Bij elke poging om linker- en rechterkant enigszins gelijk te zagen, werd het vogelkastje weer een stukje kleiner. Ik denk dat we, op aangeven van m’n wanhopige vader, de zijkanten uiteindelijk samen in de Black&Decker Workmate hebben geklemd en met een grove houtvijl, rasp of schaaf de boel enigszins gelijk hebben gedwongen. Toen het kastje min of meer in elkaar zat, hebben we de resterende gaten en kieren met Gupa dichtgestopt. Ik was misschien onhandig, maar ook een beetje trots, want we hebben dat vogelkastje aan het huis opgehangen en gedurende pakweg 15 jaar hebben zich daar elk jaar kool- en andere meesjes in genesteld.
We zijn nu 27 jaar verder maar er is op dat vlak weinig veranderd. Ik voel me opnieuw onhandig maar trots; ik heb met wat overbleef van het houtschuurtje van de vorige bewoners, eigenhandig een nieuw afdak voor brandhout in elkaar gezaagd en getimmerd! Het is niet volgens de regels van de doe-het-zelf kunst, het staat allemaal niet waterpas, maar het is wel stevig (het dak droeg een kortstondige belasting van 85kg) en m’n hout zal de komende 15 jaar min of meer droog liggen. Ik denk dat deze Lui nu echt wel een frisse pint uit de Melkherberg verdiend heeft, toch?

Afscheid van m’n Vero

M’n Vero en ik, we gaan uit elkaar. We waren 2,5 jaar lang onafscheidelijk, maar ze vindt me de laatste tijd te veeleisend. Ik wil inderdaad vooruit en dan trek, sleur en duw ik haar tot ze mee wilt. Daar heeft ze het moeilijk mee en sinds ik haar een paar maand geleden zowat mishandelde, is het nooit meer écht goed gekomen. Dus het is beter voor ons alletwee, ik ruil haar in voor een nieuw model; sneller, jonger, steviger! M’n Vero heeft overigens ook al iemand anders, daar heb ik zelf voor gezorgd, want ik wil dat ze goed terechtkomt! Maar mijn nieuwste verovering is wel familie; m’n Vero liep er misschien niet mee te koop, maar ze was eigenlijk een Dahon en dat is m’n nieuwe vouwfiets dus ook.

Het is dus weer geen exclusieve Birdy geworden, geen dure Brompton en ook geen nieuwerwetse Ori, maar een Dahon Vitesse D7HG. Fantastische zithouding, lichte en dus snelle fiets, een onberispelijke afwerking en een bijzonder scherpe prijs. In prijs en afwerking zit hem overigens het grootste verschil met m’n Vero. En in die fantastische Shimano Nexus 7-speed naafversnelling natuurlijk.

Een twist grip shifter en pot-versnellingen, ik zit bijna terug op de Raleigh Grifter waar ik in m’n jeugd van droomde!

“Gone to earth”: i-dosing anno 1986

I-dosing mag dan misschien de nieuwste hype, dreiging of hoax zijn, maar een intense muzikale roes heb ik als tiener toch ook dikwijls opgezocht. Het moet in maart of april 1986 begonnen zijn, toen ik op de radio voor het eerst “Taking the veil” hoorde. Ik kende David Sylvian nog niet, maar de donkere, poëtische sfeer van het nummer bleef wel hangen in mijn jonge licht-melancholische geest. Dat lag niet zozeer aan de tekst, maar wel aan de muziek; de fretless bass van Ian Maidman als hook, de open maar toch zeer strakke en droge percussie van Steve Jansen, de tweestemmige vocals en de gelaagde gitaren van Sylvian, Phil Palmer en de repetitief-knarsende Robert Fripp. Op de onnodig uitgesponnen 12inch klonk dat zo:


Een paar dagen later, ‘s avonds laat, hoorde ik hetzelfde nummer opnieuw op Radio21 en ik drukte snel tegelijkertijd op de “Record” en “Play”-knoppen van mijn Sharp radio-cassetterecorder. De presentatrice kondigde met warme stem af en ik had bijna op “Stop” gedrukt, toen ik hoorde dat er een ander nummer van Sylvian volgde. Het was een instrumentaal stuk, “Upon this Earth” geloof ik. En dus nam ik verder op en “Gone to Earth” passeerde volledig de revue, instrumentaal na vocaal, afgewisseld met de prachtige stem van de presentatrice, die duidelijk fan was.
Op het einde van de uitzending had ik de Radio21-editie van “Gone to Earth” quasi volledig op een cassette van 90 minuten staan. Ik kocht dat 2de solo-album van David Sylvian korte tijd daarna op vinyl en later ook op CD, maar op zoek naar hoger sferen en naar de verwondering van die eerste beluistering, heb ik die tape -dikwijls voor het slapengaan- grijs gedraaid. i-dosing avant-la-lettre dus, m’n vader maakte zich blijkbaar niet voor niets zorgen. De grote liefde voor al wat Sylvian maakt, is ondertussen een beetje weggeêbt, maar “Gone to Earth” blijft een indrukwekkende verzameling indringende songs en atmosferische instrumentale miniatuurtjes.
Soit, ik denk dat ik straks toch nog maar eens een dosis neem, for old time’s sake én omdat het nu echt cool is, natuurlijk.