“Mijn Lieve Gunsteling” en “Vuur” zijn allebei boeken over misbruik van jonge tieners door volwassenen. “Gunsteling” van Lucas Rijneveld (ook gekend van “De avond is ongemak”) is prachtig geschreven, maar het graaft door de ogen van de pleger héél diep in de getormenteerde psyche van zowel slachtoffer als pleger. Het bleek daardoor voor mij bijna ondragelijk emotioneel intens en ik heb de 363 pagina’s maar beetje bij beetje kunnen lezen. “Niet elk goed boek is ook leuk om te lezen” schreef een reviewer op Goodreads, ik zou het niet beter kunnen zeggen.
Na “Gunsteling” wilde ik dus iets minder zware kost en aangezien ik van Boynes Elementen-cyclus “Water” en “Aarde” al had gelezen, stelde mijn vrouw “Vuur” voor. Boyne (van wie ik oa “Wat het hart verwoest” graag gelezen heb) bouwt zijn verhaal op als een thriller, waarbij hij je regelmatig op het verkeerde been zet en je je moreel oordeel over de personages een paar keer bij moet stellen. Een pageturner van slechts 188 pagina’s, lang geleden dat ik een boek in 2 dagen uit heb gelezen!
Maar moet een boek over misbruik makkelijk lezen? Is het geen verdienste van Rijneveld dat je je als lezer bijna misselijk voelt, niet omwille van de schaarse beschrijvingen van het lichamelijk misbruik maar door de bijna poëtisch beschreven obsessie? Dat je weken gebukt gaat onder het onaangenaam gevoel dat je deelgenoot bent van iets dat zo verkeerd is? En maakt Boyne het ons dan niet te makkelijk?
Alhoewel ik een theoretisch want onbestaand vervolg op Gunsteling zeker zou lezen, zou dat niet voor direct zijn. Na het publiceren van dit blogpostje zal ik evenwel naar onze huisbibliotheek gaan om “Vuur” terug te zetten en “Lucht” van het schap te pakken. Boyne is misschien geen literair diepgravend psychologisch poëet, maar hij kan verdorie wel een sterk verhaal neerzetten. Soms volstaat dat?