We zijn het lezen kwijt. Minister Demir staat er naar eigen zeggen bij met schaamrood op de wangen. We scoren in het onderwijs niet meer goed wat scoren betreft. Dat laat zich lezen als een bittere grap. Het moét over scoren gaan. Niet goed scoren? Rode kop.
Het gaat over veel meer dan dat. We hebben onszelf het lezen ontleerd, ondanks de leerkrachten die het lezen van boeken wel beheersen én met liefde doorgeven. Aan hen ligt het niet. Net zoals de rest die leest zijn ze uitzonderingen. Het is een uitzonderingscultuur geworden. Nee, niet om uit te sluiten. Omdat lezers zelf stelselmatig werden uitgesloten uit de mainstream-cultuur.
O, u leest?
Leuk! En dan nu het volgende item.
Daar zitten we.
Schrijvers weten dat. Wie het geluk kent om nog wat aandacht te krijgen weet hoe buitenaards dat soms voelt.
En nu gaan we kinderen en leerkrachten verwijten dat ze te weinig lezen?
Hou toch op.
Dit is een leesonvriendelijke samenleving.
We hebben onszelf het lezen ontnomen.
Ik word mottig als ik al die vroomheid zie wat lezen betreft, die bedachtzame knikjes van mensen die doen of ze instellingen zijn. O o o, hoe belangrijk is dat lezen niet. De treurzang en vervolgens het zelf niet lezen. Dat hypocriete gedoe, die lippendienst aan de letteren en intussen lezen als een afwijking beschouwen.
We hebben onszelf de liefde misgund.
Wie leest, leert. Wie leert, bemint omdat de verbanden duidelijk worden. Lezen is je hechten. Tekst, textuur en textiel zijn aan elkaar verwant. Lezen betekent zich mee verweven in het geheel.
Bent u al goedkeurend aan het glimlachen?
Dat is de lieve kijk op lezen.
Lezen is meer dan dat.
Lezen is keiharde emancipatie.
Lezen betekent het door hebben.
Lezen betekent je écht weerbaar kunnen maken.
Lezen vormt een harnas én schenkt troost.
Het is ook een test.
Niet louter om te scoren.
Lezen is de test die duidelijk maakt of er nog engagement bestaat, of er nog cultuur mag zijn, of we kunnen ontsnappen uit dit materialistisch zothuis.
Lezen is een probleem geworden.
We hebben het zelf geproblematiseerd.
Vanaf het moment dat het moeilijk werd geacht, hebben we het opgegeven. Vanaf het moment dat lezen tot elitair entertainment werd gereduceerd hebben we het door andere entertainmentvormen laten verzwelgen.
Vanaf het moment dat literatuur moet verdedigd worden, kapseist een breed gedragen leescultuur. Zo simpel is het.
Het is ondenkbaar geworden om lezen te beschouwen als een toegang tot denken en bewustzijn.
Begrijpend lezen is niet louter een drilmethode, een portaal dat uitgeeft op toekomst, een parameter om de goeien van de zwakken te onderscheiden.
Begrijpend lezen is ook het delen van bewustzijn.
Volgens mij komt dat echt niet meer binnen.
Sta daar met schaamrood. Het is vooral de kleur van het niet meer weten. Het maakt deel uit van een leesonvriendelijk patroon. Begrijp dat.
Wat we nu al zo lang zien is een samenleving die graag wrok deelt als bewustzijn, die zichzelf laat bezetten door hokjesdenken, die echt meent dat een compromis een nederlaag is, die nuance met argwaan bekijkt, die tijd beschouwt als iets dat men permanent verliest, die niet leest.
Wie zegt graag boeken te lezen, er tijd aan schenkt en dat zichtbaar maakt, wordt deel van de oplossing. Wie boeken in huis haalt en met liefde doorgeeft, wordt zomaar een voorvechter van cultuur.
Echt? Ja, echt. En wat mij als schrijver betreft met fierheid, amusement en kracht.
Leve de bewustzijnsverruiming die lezen heet.
Deze samenleving kan dat niet meer geloven.
Daar zijn we nu. Het is een geloofsprobleem.
Lezen is wat geïsoleerde zotten doen, zij die de ‘wereld van gisteren’ beleven.
Dat is hoe er in brede kringen van niet-lezers over lezen wordt gedacht.
Niemand die zich daarover schaamt.
lang:nl
Teken je de petitie voor burgerpanels in België?
David Van Reybroeck pleit (nav bv #klimaatproblemen, drugsgeweld, … en het tanende geloof in #democratie) voor de oprichting van #burgerpanels in België naar model van de Duitstalige gemeenschap. Zo een permanent geloot burgerpanel kan los van partijpolitieke en electorale belangen meedenken en adviezen formuleren en blijkt in de praktijk een grote meerwaarde te kunnen hebben.
Meer info vind je op https://www.petition.g1000.org/
Ik tekende, maar er zijn vooral in #Vlaanderen nog veel stemmen nodig. Graag boosten dus!
10 jaar Boekenjagers!
10 jaar De Boekenjagers! In 2016 op een lome zondagmiddag gestart als tegenhanger van het Franstalige “Chasseurs de livres” met het idee om ook in dit deel van het land een paar honderd mensen op boeken in plaats van Pokemons te laten jagen. En nu? Meer dan 130.000 leden! Naar schatting 50.000 boeken verstopt/ gevonden! Een eigen boek uitgegeven! Ik ben dan ook heel trots op mijn vrouwken Veerle; oprichter, bezieler en menner van wat de fijnste FB-groep van de wereld moet zijn ![]()
(Ik ben geen fan van Meta/ FB, maar het concept en de “reach” zijn niet over te zetten naar een ander platform. Er is wel https://boeken-jagers.be voor wie een boek vindt en dat op een FB-loze manier wilt melden.)
Gelezen; “Schaduwleven” van Jaap Robben
Meeslepende en gevoelige roman over verboden jeugdliefde, trauma, verdringing, verder leven en dan toch nog de confrontatie met dat verleden. Geen lange, poëtische zinnen waar ik soms zo graag in verdwaal, maar Robben schrijft helder en toegankelijk zonder dat het kinderlijk of gekunsteld wordt en slaagt erin om al die emotie geloofwaardig over te brengen. Zeer de moeite!
Gelezen; “Mijn Lieve Gunsteling” van Lucas Rijneveld en “Vuur” van John Boyne
“Mijn Lieve Gunsteling” en “Vuur” zijn allebei boeken over misbruik van jonge tieners door volwassenen. “Gunsteling” van Lucas Rijneveld (ook gekend van “De avond is ongemak”) is prachtig geschreven, maar het graaft door de ogen van de pleger héél diep in de getormenteerde psyche van zowel slachtoffer als pleger. Het bleek daardoor voor mij bijna ondragelijk emotioneel intens en ik heb de 363 pagina’s maar beetje bij beetje kunnen lezen. “Niet elk goed boek is ook leuk om te lezen” schreef een reviewer op Goodreads, ik zou het niet beter kunnen zeggen.
Na “Gunsteling” wilde ik dus iets minder zware kost en aangezien ik van Boynes Elementen-cyclus “Water” en “Aarde” al had gelezen, stelde mijn vrouw “Vuur” voor. Boyne (van wie ik oa “Wat het hart verwoest” graag gelezen heb) bouwt zijn verhaal op als een thriller, waarbij hij je regelmatig op het verkeerde been zet en je je moreel oordeel over de personages een paar keer bij moet stellen. Een pageturner van slechts 188 pagina’s, lang geleden dat ik een boek in 2 dagen uit heb gelezen!
Maar moet een boek over misbruik makkelijk lezen? Is het geen verdienste van Rijneveld dat je je als lezer bijna misselijk voelt, niet omwille van de schaarse beschrijvingen van het lichamelijk misbruik maar door de bijna poëtisch beschreven obsessie? Dat je weken gebukt gaat onder het onaangenaam gevoel dat je deelgenoot bent van iets dat zo verkeerd is? En maakt Boyne het ons dan niet te makkelijk?
Alhoewel ik een theoretisch want onbestaand vervolg op Gunsteling zeker zou lezen, zou dat niet voor direct zijn. Na het publiceren van dit blogpostje zal ik evenwel naar onze huisbibliotheek gaan om “Vuur” terug te zetten en “Lucht” van het schap te pakken. Boyne is misschien geen literair diepgravend psychologisch poëet, maar hij kan verdorie wel een sterk verhaal neerzetten. Soms volstaat dat?
De nieuwe Harstad “Onder de kasseien, het strand” is er bijna maar nog niet helemaal
Ik ben niet zo voor lijstjes, maar als ik onder dreiging van foltering een boeken top 3 zou moeten geven, dan zou “Max, Micha & het Tet-offensief” daar zeker in staan. Van auteur Johan Hardstad verscheen in 2024 al een nieuwe roman in het Noors onder de titel “Under brosteinen, stranden!” en volgens doorgaans goed ingelichte bronnen (ik mailde met de uitgever) zou in het najaar van 2026 de Nederlandse vertaling uitkomen. Op basis van de reviews op GoodReads opnieuw de moeite (ook al heb ik niet altijd goeie ervaringen heb met de Goodreads scores). En ja, sommige lezers maken in hun beoordeling melding van langdradigheid en van het zich dom voelen bij het lezen, maar ik kijk er toch enorm naar uit!
“Onder de kasseien het strand” is een roman over de ontdekking van een kassei-achtig voorwerp. Wanneer je de kassei aanraakt, lijkt het alsof je in slechts zeven minuten een heel leven beleeft. Het verhaal speelt zich af in een jeugdgroep in Stavanger in de jaren negentig, maar met aanzienlijke tijds- en geografische omwegen naar plaatsen als de Sovjet-Unie, Berlijn, Warschau, Akureyri, Shanghai en niet in de laatste plaats het eiland Tristan da Cunha in de jaren zestig. Het boek wordt bewoond door van alles en nog wat: van jongeren uit de voorsteden op zoek naar de volgende industriële ventilator om zich ‘s avonds aan op te warmen, Koude Oorlogsspionnen met wankelende loyaliteiten in verschillende richtingen, lokale Zapatistas en marihuanahandelaren van twijfelachtig mentaal allooi, jonge geliefden en amateurradiovaders die allemaal weduwnaar zijn, zeelui van zowel de oude als de nieuwe school, IJslandse ecoterroristen, suïcidale alleenstaande moeders en zichzelf kwellende ziekenhuisdirecteuren, psychiatrische patiënten en sommigen die dat waarschijnlijk wel hadden moeten zijn, een avontuurlijke meteoroloog van Forus en een astrofysicus met een acute behoefte aan uitleg over niet-wetenschappelijke onderwerpen en met gastoptredens van mensen als Andrei Tarkovsky en Erich Mielke, onderzoekt de roman het idee dat de tijd misschien nooit aan onze kant heeft gestaan. Dit is een geweldig verhaal over wachten, tot het leven begint, tot dingen eindigen, wachten op het juiste, wachten op de dood en tevergeefs wachten. Het is een roman over Ingmar, Jonatan en Peter. En Ebba.
De roman, die zowel echt als fictief is, bevat zoveel kennis dat een arme lezer er zowel blij van wordt als even op adem moet komen.
Gelezen; “Het achtste leven (voor Brilka)” van Nino Haratischwili
Ik volg de literaire mode niet zo, maar ik lees graag en het mag van mij wel Echte Literatuur (mijn vrouw gruwelt als ze dit leest) zijn. “Het achtste leven (voor Brilka)” is ondertussen 10 jaar uit in de Nederlandse vertaling en ik zag op Goodreads dat het boek daar een whopping beoordeling van 4,54 had. Het stond dus al een tijdje op mijn verlanglijstje en ik kreeg het in December voor mijn verjaardag dan ook van mijn liefste dochter cadeau. De volgende dag begon ik met hoge verwachtingen aan pagina 1 van de 1269.
We zijn nu een paar maanden verder en ik heb het vandaag uitgelezen. Een kleine drie maanden lezen, maar nee, ondanks die positieve beoordelingen op Goodreads voelde ik “Het achtste leven” niet. De achtergrond is écht wel interessant (Georgië voor, tijdens en na het communisme) en een goed geschreven familie-epos kan me dikwijls boeien, maar de personages voelden mij niet “echt” genoeg aan en de magische chocolade (ja, er wordt een geheim recept in de familie doorgegeven) leek me eigenlijk een overbodig en soms zelfs ergerlijk literair sausje eerder dan dat het een relevant ingrediënt van het verhaal was. De muziekliefhebber in mij tenslotte, hoorde de naar het Westen verbannen singer-songwriter Kitty Jasji ook helemaal niet zingen.
En toch was het ook geen slecht boek, anders had ik het gewoon niet uitgelezen. Meer nog, het laatste deel met de 12-jarige wegloper Brilka vond ik heel wat sterker uitgewerkt met misschien minder historisch drama maar met echte gevoelens. En zo had ik na 1269 pagina’s toch het gevoel een paar bekenden achter te moeten laten. Maar dat had van mij best zonder die gespikete chocolade gemogen.
Is programmeren echt zo moeilijk dan?
Sinds begin dit jaar probeer ik als newbie coach te helpen bij CoderDojo Genk. Ik moet eerlijk zijn, ik ken nog niet écht veel van Scratch en nog veel minder van micro:bit, maar ik ga ervan uit dat dat wel zal komen. Soit, afgelopen weekend vertelde de moeder van 2 deelnemers me dat programmeren haar zo moeilijk lijkt. In de chaos van het moment heb ik daar amper op geantwoord, maar die opmerking heeft de schoolmeester in mij toch een beetje wakker gehouden. Want is programmeren echt zo moeilijk? Als een “leek” het werk van een échte developer op het scherm ziet, lijkt dat ongetwijfeld ondoorgrondelijke tekst met hier en daar enkele herkenbare Engelse woorden waar verder kop noch staart aan te krijgen is. Het succes van Scratch is dat het die letterspaghetti verbergt achter mooi gekleurde blokjes die logisch in elkaar kunnen worden geklikt om zo de basisconcepten van het programmeren spelenderwijze aan te leren. Maar zitten er achter die Scratch-blokjes eigenlijk geen eenvoudige ideeën die iedereen zou kunnen begrijpen?
Ik probeer even met een denkbeeldig spelletje waar je een vliegtuigje moet besturen;
- in elk computerprogramma (software) zitten er acties; toon een vliegtuigje en een achtergrond, … (dus dikwijls “uitvoer” naar de gebruiker van de software)
- er is logica om de gebruiker toe te laten om die actie te beïnvloeden (de invoer of input), bijvoorbeeld het pijltje naar boven of beneden om het vliegtuigje te besturen
- die invoer wordt getoetst aan “als … dan” voorwaarden (testen): dalen of stijgen is afhankelijk van welk pijltje wordt ingedrukt, maar een voorwaarde kan even goed controleren of de positie van het vliegtuigje te laag vliegt waarop het crasht of landt (een nieuw actie dus)
- software zal dikwijls informatie bijhouden (en soms tonen) in “variabelen“, bv. de huidige positie van het vliegtuigje of een score of het aantal levens dat je nog resten in een spel
- als scores worden bijgehouden kan om de high scores te tonen een lus gebruikt worden. zo een “loop” kan een vast aantal keer doorlopen worden (zoals een top 5 om de eerste vijf resultaten uit een al geordende lijst), maar een lus kan ook doorlopen worden tot er aan een voorwaarde voldaan is (bijvoorbeeld als je een oneindig aantal pogingen krijgt om woord te raden, in dat geval blijf je in die lus tot je het woord geraden hebt).
Is dat echt alles? Nee, er komt natuurlijk meer bij software development kijken; het opvangen van fouten, de code veilig maken voor hackers, de code leesbaar en onderhoudbaar houden voor collega’s zorgen voor technische documentatie, zorgen voor automatische testen en het communiceren met databases of andere software om maar een paar zaken te noemen. Vanzelfsprekend bevat zowat elk stukje software honderden of duizenden acties, voorwaarden, loops, variabelen en databank velden, maar bovenstaande concepten geven wel een beeld met welke betrekkelijk eenvoudige basisblokken software wordt geschreven.
Programmeren is in de eerste plaats dan ook volgens een bepaalde logica nadenken. De juiste vragen stellen en proberen, falen, je afvragen waarom het niet werkt en met dat nieuwe inzicht opnieuw proberen tot het werkt. Dat heb ik dikwijls ook geantwoord op de Coderdojo aan de Scratchende kinderen/ tieners; “Wat denk je zelf dat er moet gebeuren?” en “OK, probeer het eens en kijk of het werkt”. En zo leer ik ook beetje bij beetje Scratchen 🙂
Zijn er Meshcore-users in de Limburgse Maasvallei?
Ik steek het op de Fediverse, waar ik sinds een paar weken (maanden?) regelmatig posts langs zag komen over Meshcore als technologie/ software voor gedecentraliseerde ad-hoc netwerken voor tekst-gebaseerde berichten op basis van LoRa radio. Ik heb me zo een Sensecap T1000-e gekocht, meshcore geflasht (vanuit Chrome, poef) en verbonden met m’n Fairphone met de Meshcore app en … niks. Adverts gestuurd, eerst braaf 1 hop, daarna floods. Maar nee, niemand te zien. Alleen op de wereld!
Anderzijds mag me dat niet verwonderen; zelfs met de GSM is de ontvangst hier in de bossen aan de rand van het Kempisch plateau abominabel. En die Sensecap met interne antenne, dat is ook niet van dien aard om kilometers ver te zien/ zichtbaar te zijn. Ik veronderstel dat ik eerstdaags eens naar het panoramapunt op de Mechelse Heide moet wandelen, daar heb ik misschien iets meer kans?
Maar bij deze; als U in de Limburgse Maasvallei woont en af en toe een Meshcore-toestel aan hebt staan, geef dan gerust een seintje! En vertel er direct bij welke frequentie U frequenteert misschien? 😉
